Door hybride methoden te gebruiken, waaronder 3D printing, ontstaat maatwerk dat zowel technisch sterk staat als visueel herkenbaar is. Nieuwe materialen maken lichtere, fijnere en tegelijk sterkere orthesen mogelijk.
Welkom bij Doortje vzw
In de wereld van technische orthopedie is de laatste decennia meer veranderd dan in de tientallen jaren daarvoor. Dat blijkt duidelijk uit de inzichten van Wim Sevenants van Doortje vzw, die inmiddels al ruim tweeëndertig jaar in het vak staat. Hij nam zijn publiek mee in een tijdreis van 1993 tot vandaag, en liet zien hoe zowel technieken, materialen als denkpatronen volledig zijn hertekend. Niet alleen de hulpmiddelen evolueerden, ook de manier waarop orthopedische zorg wordt ontworpen, getest en afgestemd op de patiënt.
Begin jaren negentig zag orthopedie er heel anders uit dan nu. Klemzakken met metalen beugels die op de schoen werden bevestigd waren de standaard. Soms werd er gewerkt met een insteekbus, maar een langebeenbeugel gold nog steeds als een omslachtige en weinig verfijnde oplossing. De functionaliteit was er, maar het comfort en de bewegingsvrijheid waren beperkt.
Rond 1996 kwam er een duidelijke verandering. De opkomst van leafsprings zorgde voor een hele nieuwe generatie orthesen. Door carbon, polypropyleen en andere duurzame materialen te combineren, ontstond een lichtere maar sterkere constructie die het onderbeen beter kon begeleiden. De uitdaging was dat deze orthesen in theorie aan negentig graden moesten voldoen, maar in de praktijk na enkele maanden soms inzakten. Dat leidde tot ongewenste dorsiflexiepatronen en een loopbeeld dat opnieuw interventie vereiste.
Vanaf 1997 keek men nadrukkelijk naar Duitsland, een land dat op dat moment vooropliep in technische orthopedische oplossingen. Het overnemen van technieken, inzichten en structuren zorgde voor een versnelling in innovatie. In 2000 kwam daar de ontwikkeling van solbracing bij, met als doel de handboog en polsflexie functioneler te ondersteunen. De orthopedie begon zich te verbreden, verfijnen en specialiseren.
Met de overname van Uplab kwam er een nieuwe fase in de orthopedische ontwikkeling. Waar men vaak denkt aan een productielab, richt Uplab zich vooral op finetuning en innovatie. Met meer dan vierduizend patiënten werd het een kenniscentrum waarin nieuwe technieken aan de praktijk getoetst konden worden.
Een belangrijke vernieuwing binnen deze aanpak is pre-splinting. Door vooraf te testen en af te stemmen kan een orthese veel nauwkeuriger worden samengesteld. Pre-splinting helpt bij:
Techniekers spelen hierin een sleutelrol. Hun opdracht is om de gewenste therapeutische functie technisch mogelijk te maken. Dat vraagt aandacht voor elk detail van de orthese: van materiaalkeuze en draagcomfort tot biomechanische correctie en duurzaamheid.
De orthopedie vernieuwt niet om het vernieuwen. Innovatie moet bijdragen aan herkenbaarheid, meerwaarde en doelmatigheid. Wim benoemt drie pijlers die in zijn visie centraal staan.
Door hybride methoden te gebruiken, waaronder 3D printing, ontstaat maatwerk dat zowel technisch sterk staat als visueel herkenbaar is. Nieuwe materialen maken lichtere, fijnere en tegelijk sterkere orthesen mogelijk.
Kwaliteit en functionaliteit staan voorop. De principes van KISS komen terug: eenvoud waar het kan, verfijning waar het moet. Denk aan orthesen die wasbaar zijn, een aangename verdamping van warmte ondersteunen en in combinatie met pre-splinting direct beter aansluiten op de behoeften van de patiënt.
Door te werken met vaste werkprotocollen en duidelijke technische fiches kunnen productieprocessen sneller en betrouwbaarder verlopen. Betere levertijden en minder correctierondes zijn daarbij het directe resultaat.
Een concreet voorbeeld dat Wim aanhaalt gaat over zit- en ligvoorzieningen. Een ligmatras moet functioneel blijven, maar ook hygiënisch. Traditioneel schuim zuigt lichaamssappen op en is nauwelijks schoon te krijgen. Moderne materialen bieden wél de nodige hygiëne, zonder in te leveren op ondersteuning of stabiliteit.
Ook zitvoorzieningen evolueren. Een S-seat of S-TNO moet de juiste ergonomische hoek ondersteunen, zoals 112 graden met een subtiele terugcurve van de wervelkolom. Dat vraagt om nauwkeurige materiaalkeuze en doordachte technische uitvoering.
De inzichten van Wim Sevenants laten zien hoe technische orthopedie voortdurend in beweging blijft. Door te blijven kijken naar materiaalkeuze, productieprocessen, hygiëne, functionaliteit en het finetunen van maatwerk ontstaat orthopedisch werk dat niet alleen sterker en efficiënter is, maar vooral beter aansluit op de behoeften van de gebruiker. Innovatie is daarbij geen doel op zich, maar een manier om kwaliteit te verhogen en patiënten een toekomst te bieden waarin comfort, stabiliteit en ondersteuning hand in hand gaan.